Donkere wolken boven studentenhuisvesting…

Toen ik vorige week een wandeling door Utrecht maakte en de nieuwe studenten die met de kennismaking met hun nieuwe universiteitsstad bezig waren, zag fietsen, moest ik terugdenken aan 32 jaar geleden, toen ik als eerstejaarsstudent in Utrecht aankwam. Toentertijd was het meest lastige aan studeren het vinden van een kamer en tot mijn grote schrik en verbazing constateerde ik dat dat waarschijnlijk nu ook nog het grootste probleem voor deze nieuwe studenten was.

Gek eigenlijk dat het onze maatschappij in die 32 jaar klaarblijkelijk niet gelukt is om een maatschappelijk probleem op te lossen.

Gelukkig had ik 32 jaar geleden een oudere zus in Utrecht wonen en zij bood mij aan bij haar te komen logeren tot ik een kamer gevonden had.

Ik werd vrij snel actief in een studentenvereniging en via via kon ik toen aan een kamer komen. In dat huis ontdekte ik al snel de oorzaak van het kamertekort: één van de acht bewoners vertelde ons regelmatig trots dat hij veel minder huur betaalde dan wij omdat hij de huisbaas voor de huurcommissie had gehaald, waardoor zijn huurprijs aanzienlijk verlaagd was. Hij riep de andere zeven bewoners regelmatig op om hetzelfde te doen, maar gelukkig was het waarden- en normenbesef voor hen te hoog om iemand die je helpt (aan huisvesting) op grond van achterhaalde en merkwaardige regelgeving te frustreren.

Om het kamertekort te gaan bestrijden ben ik in 1989 begonnen met het kopen en exploiteren van studentenhuizen. In die tijd kon je nog met handhaving van het puntensysteem rendabel huizen exploiteren, maar door stijgende huizenprijzen werd dat gaandeweg moeilijker en op den duur onmogelijk. Gelukkig was duidelijk dat studenten het belangrijker vonden om in een tof studentenhuis te wonen dan of de beprijzing wel volgens een verouderd systeem klopte.

Toen mijn ideaal om studentenhuisvesting een boost te geven (ooit had ik mezelf als doel gesteld om  1000 studentenkamers te gaan verhuren) met de bestaande regelgeving onmogelijk werd, ben ik op een andere manier gaan proberen mijn studentenhuisvestingsidealen te verwerkelijken: de huidige maar juist ook de toekomstige studenten verdienen het dat ze in goede betaalbare kamers kunnen wonen, maar omdat te realiseren moet de wet- en regelgeving aangepast worden.

De minister was gelukkig snel bereid medewerking te willen verlenen aan het wegwerken van zwaar verouderde en destructief werkende wetgeving als de marktpartijen (lees de studentenvakbond LSVB en Vastgoed Belang) er uit zouden zijn. Sindsdien proberen we de LSVB te overtuigen van het feit dat het voor iedereen beter is als het niet functionerende en sterk verouderde puntensysteem vernieuwd moet gaan worden. Ooit was er een LSVB-voorzitter Tom Hoven die in een vergadering op het ministerie over de onderhavige problematiek aangaf dat hij een huur van € 100,- boven het puntensysteem acceptabel vond en dat huurprijzen die nog hoger zouden zijn misbruik van het tekort waren. Helaas maakte hij deze opmerking aan het eind van zijn bestuursjaar en sindsdien is er niemand meer geweest met ditzelfde wijze inzicht, waardoor voor mij slechts de herinnering en het bepleiten van de ‘Tom-Hoven-bonus’ resten.

Terwijl ik hoop op wijsheid bij de LSVB-ers komen er twee donderwolken het studentenhuisvestingsdossier verduisteren: steeds meer studentensteden hebben de vreemde gedachte dat als een huis studentenhuis wordt het niet meer bewoond wordt, maar aan de woningvoorraad onttrokken. Terwijl studentenhuiseigenaren een maatschappelijk probleem oplossen en zorgen dat nieuwe burgers van een stad woonruimte krijgen, menen steeds meer stedelijke overheden dat dat gedrag een boete per vierkante meter moet kosten en je moet als studentenhuiseigenaar wel een heel erg groot geweten hebben om een boete te betalen voor een door jou bewezen weldaad. Gek dat studentensteden het economisch voordeel en de sfeer van een universiteit wenselijk vinden, maar de bijpassende huisvesting van de studenten bemoeilijkt.

Een nog grotere wolk zijn de huurteams die met verschillende technieken een wig drijven tussen studenten en studentenhuiseigenaren, misschien leuk voor één generatie studenten maar dramatisch voor de volgende, omdat studentenhuiseigenaren die hun noodzakelijke rendement niet kunnen maken slechts door verkoop uit de kosten kunnen komen, waarbij de huidige overspannen huizenmarkten in de universiteitssteden gunstig werken.

Met mijn 28 jaar studentenhuiservaring kan ik niet anders dan studentenhuiseigenaren aanraden hun studentenhuizen leeg te laten lopen en te verkopen. Ondertussen lobbyen we vanuit Vastgoed Belang natuurlijk met alle betrokken partijen en doe ik er alles aan om bij de nieuwe bestuurders van de LSVB de inzichten die Tom Hoven na een jaar met het dossier bezig te zijn geweest, gekregen had aan te boren.

 

Cor Verkade

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *