Dordt, ook voor jou!!!

Al weer ruim 400 jaar zijn de Dordtse Leerregels één van de ‘drie formuleren van enigheid’. Ik heb de stellige indruk dat de rijke schitterende inhoud te weinig bekend is en dus te weinig gevierd worden, reden waarom ik er gaarne een serie over dit schitterende – overigens ten onrechte (waarschijnlijk mede veroorzaakt door onbekendheid met de inhoud) vaak verguisde – geschrift. In iets andere vorm werden de stukken eerder gepubliceerd in Kompas.

  

Vraag van levensbelang

Ongetwijfeld herken jij de levensbelangrijke vraag “Hoe krijg ik een genadig God?” Het was de cruciale vraag van Maarten Luther, de grondlegger van de Reformatie die ruim 500 jaar na dato nog steeds levensveranderend is voor de geestelijke leerlingen van Luther. Van mijn goede vader leerde ik het al vanaf de kansel: Calvijns levensvraag was “Hoe komt God tot Zijn eer”, Luthers levensvraag was “Hoe krijg ik een genadig God?

 

Dordtse Leerregels

Deze belangrijke vraag staat eigenlijk ook centraal in de Dordtse Leerregels. Dit is één van de drie formulieren en alleen daarom worden ze veel genoemd, maar ik ben wel eens bang dat dit boeiend geschrift niet vaak gelezen wordt. Dat heeft een paar oorzaken. Het bestaat uit ontzettend lange zinnen met allemaal bijzinnen en tussenvoegsels en ga zo maar door. Je moet er echt voor gaan zitten om de inhoud tot je te nemen, maar – zo beloof ik je uit eigen ervaring – dan krijg je ook wat! Een andere oorzaak is dat er vaak een verkeerd beeld van bestaat alsof het een heel hard geschrift zou zijn, waarin een harde verstandelijke uitverkiezingsleer uitgewerkt wordt. Ook zijn er mensen die vinden dat je de Dordtse Leerregels eigenlijk terzijde moet laten omdat deze niet rechtstreeks geïnspireerd zijn door de Heere God.

 

Oorsprong

Om de inhoud van de Dordtse Leerregels goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk te beseffen wat de aanleiding voor het maken van dit boeiende geschrift was. Er was toentertijd een ontzettend grote ruzie in de Nederlandse protestantse kerk en daarmee in de gehele samenleving over de vraag hoe een genadig God te krijgen. De kemphanen waren in twee groepen verdeeld: de remonstranten en de contra-remonstranten. Bij de remonstranten (genoemd naar hun remonstrantie, een verweerschrift waarin ze een uitleg van hun visie gaven) was professor Arminius de geestelijke vader die meende dat een mens het geloof krijgt door zijn eigen keuze. Bij de contra-remonstranten (‘contra’ betekent ‘tegen’) was professor Gomarus de geestelijke vader, die erop wees dat een mens het geloof niet door zijn eigen keus krijgt, maar doordat de Heere God dat geeft. Achter deze vraag ligt de vraag welke mensen het geloof krijgen. Gomarus verwijst dan naar God Die bepaalde mensen uitgekozen heeft (uitverkiezing), terwijl de arminianen de uitverkiezingsleer pertinent afwezen.

 

Stevig eerlijke en perspectiefrijke inzet

De Dordtse Leerregels laten er geen onduidelijkheid over bestaan: God zou gelijk hebben als hij de hele mensheid naar de hel zou sturen. Omdat elk mens zondigt zou Hij niemand oneerlijk behandelen door alle mensen in de zonde en Zijn vervloeking te laten liggen.

Na die hevige inzet geven de Dordtse Leerregels snel perspectief en dat gebeurt met een citaat van de Heere Jezus uit het nachtgesprek met Nicodemus, wellicht de meest bekende bijbeltekst: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”.

 

Zeer blijde boodschap

De Heere God wil dat “deze zeer blijde boodschap”, namelijk dat de Heere God een mogelijkheid gemaakt heeft met Hem verzoend te worden, verspreid wordt. Daarvoor stuurt Hij in Zijn goedheid “verkondigers van deze zeer blijde boodschap” tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Jammer eigenlijk dat heel veel predikanten niet een “zeer blijde boodschap” uitstralen, maar dat in kerkdiensten regel­ma­tig somberheid troef is. Een ander risico bij kerkdiensten is dat niet het verspreiden van de “zeer blijde boodschap” maar meer een moralistisch verhaal centraal staat. Goed bedoeld wordt er veel gewaarschuwd tegen zonde, terwijl het meest effectieve middel (“deze zeer blijde boodschap”) minder of niet aan bod komt. Zoals je donker beter kunt bestrijden door het licht aan te doen dan door de oorzaken van de donker eindeloos te gaan analyseren en proberen weg te werken, zo is het ook in het geestelijke leven: de zeer blijde boodschap van het Evangelie is het beste medicijn tegen onze zondige natuur.

 

Geen toeval, maar Hij wil jou

Denk je eens in: de predikant die zondag in jouw gemeente voorgaat, is volgens de Dordtse Leerregels “verkondiger van deze zeer blijde boodschap” en de Heere God regelt wie deze zeer blijde boodschap horen. Als jij die zeer blijde boodschap zondag hoort, dan ben jij iemand die valt onder de groep “tot wie Hij wil”.

Als je het zo beschouwt, klopt de gedachte die je vast ook wel eens gehad hebt: stel dat je drie straten verderop geboren was, was je wellicht atheïst geweest en stel dat je tien straten verderop geboren was, was je wellicht islamiet geweest…, maar de Heere God heeft dat niet gewild, maar heeft jou of via geboorte of via evangelisatie onder het Woord gebracht, in een gelovige stroming waar de Heere God, de God van Abraham, Izaäk en Jacob gediend werd en  “deze zeer blijde boodschap” verkondigd wordt. Zelf heb jij niet voor dat gezin/die geloofs­groe­pe­ring gekozen, maar we belijden dat de Heere God dat bepaald heeft. Dat dat niet zonder doel is gebeurd, zullen we in een volgende keer bekijken.

 

Cor Verkade

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.