Toelatingsbeleid GerGem-dominees: “Een fnuikend systeem”

Cor Verkade kritisch op toelatingsbeleid GerGem-dominees: “Een fnuikend systeem”

“Ik heb de indruk dat de Heere God genoeg dienaren roept, maar dat het niet erkennen van die Goddelijke roeping het aantal te klein houdt. Dat veel geroepen dominees de Gereformeerde Gemeenten (GerGem) verlaten en een ander kerkverband opzoeken zegt veel over het fnuikende systeem.” De hervormde kerkganger luistert regelmatig preken van dominees uit de GerGem. Over dit kerkverband uit de ondernemer en jurist vandaag zijn zorgen.

Waarom ben je kritisch op het curatorium en wat zou in jouw ogen echt anders moeten?

“Laat ik voorop zeggen dat ik veel respect voor de GerGem heb. Het algemeen aanbod van genade wordt er nog onvoorwaardelijk gepreekt. Met dankbaarheid kan ik zeggen dat ik er ook veel geestelijk voedsel genoten in de tijd – zo’n dertig jaar geleden – dat ik zoekende was naar de Weg, de Waarheid en het Leven. Mijn liefde tot de GerGem is zelfs zo groot dat ik het op prijs zou stellen als we af en toe kanselruil zouden doen van onze PKN-gemeenten met de GerGem, maar ik krijg er nog niet veel handen voor op elkaar, reden waarom ik af en toe zelf de andere drie Goudse Gereformeerde Gemeenten bezoek…

Ondanks mijn liefde voor de GerGem betreur ik toch de werking van het curatorium in die kerk. Het curatorium werkt als een toelatingscommissie die het geloof en de roeping van de kandidaten toetst en na de kandidaten gehoord te hebben de voor de kandidaten en de naar predikanten snakkende gemeenten cruciale beslissing neemt of iemand wel of geen dominee mag worden. Zonder hen iets persoonlijk te verwijten (ze geven in interviews erover ook aan hoe teer het is), denk ik dat het te vermetel is om zo’n beslissing in handen van een groep mensen te leggen, waarbij het ook nog eens het vreemde is dat het om een soort coöptatie gaat: de overgrote meerderheid van degenen die beslissen of een kandidaat dominee mag worden, is zelf dominee.

Volgens mij moet niet het curatorium beslissen of iemand toegelaten wordt tot de studie voor het predikantschap, maar moet die beslissing op heel andere niveaus genomen worden. Allereerst moet de geroepene zelf met zijn roeping aan de slag. Zijn hele leven moet omgegooid worden. Vervolgens dient de beslissing tot studie in het gezin van de geroepene genomen te worden. De geroepene dient ten opzichte van vrouw en kinderen uit te gaan leggen dat het levensschip over een andere boeg gaat varen, met alle bijbehorende consequenties van dien. Als de kandidaat vervolgens de studie met hopelijk zo veel als mogelijk psychologische bagage en predikkunde (waarbij originaliteit gestimuleerd in plaats van de kop ingedrukt dient te worden) volbracht heeft, komt het spannende moment of kerkenraden zich van Godswege gedrongen voelen een beroep op hem uit te brengen. De kardinale beslissing dient mijns inziens dus niet door een één keer per jaar bij elkaar komende groep met voornamelijk dominees genomen te worden, maar vanuit verschillende lagen en niveaus.

Her en der lees ik over de nood van de kerken waar een curatorium is: het predikantenaantal is te klein. Eerlijk gezegd heb ik de indruk dat de Heere God echter genoeg dienaren roept, maar dat het niet erkennen van die Goddelijke roeping het aantal te klein houdt. Veel geroepenen wier roeping niet overgenomen wordt, zoeken een ander kerkverband, wat mijns inziens niets over hun roeping zegt, maar alles over het fnuikende systeem. Hierdoor lijden sommige kerkgenootschappen aan een predikantentekort en andere juist weer aan een predikantenoverschot.”

“Het gaat erom dat we persoonlijke leiding van de Here in diens leven horen en of hij van Godswege geroepen is. De beslissing hangt niet af van de gaven die iemand heeft”, zei ds. A. Schreuder. Daar heeft deze dominee toch ook een punt? Denk ook aan Bijbelfiguren als Mozes en Paulus.

“De gaven die iemand heeft, dienen niet onderschat te worden. Predikanten kunnen gemeenten doodpreken en het kan voor de gemeente een kwelling worden steeds weer naar de kerk te moeten gaan. Voor het predikambt zijn geestelijke en psychische gaven noodzakelijk, maar juist omdat het om geestelijk werk gaat, is er meer dan gaven alleen en is het fantastisch als een kerkgenootschap roeping en geloof centraal zet. Ik zou wel een gesprek met dominee Schreuder willen hebben welke rol de formulering van de roeping speelt en ik garandeer u dat het taalveld waarin de kandidaat zijn roeping verwoordt een onevenredig grote rol speelt.

Sowieso wordt het leven van elk mens geleid en kan dominee Schreuder ook geen criteria van de beoordeling van de roeping aangeven. Sterker nog: elke kandidaat zegt dat hij geroepen is en de kerkenraden van die kandidaten hebben die roeping ‘overgenomen’ en klaarblijkelijk meent het curatorium dan te kunnen horen of dat waar is of niet… Ik vind het erg ingewikkeld…

Als het goed is, is een roeping zo ontzettend intiem dat iemand daar net zoals bij verliefdheid alleen maar over stamelen kan. Het doet me ook denken aan kerkenraadsleden die na de eerste gang aan het heilig avondmaal bij vriend(inn)en die avondmaalsgang komen toetsen. Misschien een beetje gek, maar volgens mij is de weg van de Heere net zo intiem als seksualiteit: daar praat je niet over met anderen en dat kun je niet van een ander beoordelen en al zóu het kunnen moet je dat niet willen.

Ofschoon ik de inhoud van de geloofsbrieven en gesprekken niet ken, meen ik aan het eindresultaat van het proces van het curatorium af te kunnen leiden dat er niet alleen naar roeping en leiding gekeken wordt maar ook naar de geestelijke ligging van de kandidaat. Vanwege een bepaalde visie op het krijgen van geloof, is het daarbij dom om te veel of te vroeg over Jezus te praten, terwijl Paulus over niets en niemand anders wil praten.

Nog even naar Mozes en Paulus: het verkrijgen van hun ambt is ook zeker niet via een curatorium gegaan. Sterker nog: dan was het vast heel anders gelopen… Mozes en Paulus hoefden aan niemand hun roeping uit te leggen, want ze waren geroepen en gingen hun roeping volgen. Vervolgens zorgde de Heere God voor oplossingen met betrekking tot de zwakke kanten van Mozes en Paulus, waardoor die zwakke kanten hun roeping niet in de weg gestaan hebben…”

De GerGem heeft in Nederland 63 predikanten en 150 kerkelijke gemeenten. Hoe problematisch is dit en hoe kan dit probleem worden opgelost?

Een gemeente heeft de levende verkondiging van Gods woord nodig. Gods woord is een klomp goud dat steeds weer door de predikanten omgesmolten moet worden in de pasmunt van de tijd. Paulus zegt het ook al: “Het geloof is door het gehoor en het gehoor van het gepredikte woord.” Dat is ook het wonder van de bediening der verzoening. De dominee mag putten uit het door Jezus volbrachte heilswerk en Jezus’ verzoenend bloed ‘uitstrooien’ over de gemeente. Dat is een geestelijk iets, dat is een levend iets, dat kan mijns inziens eigen­lijk niet via preeklezen gaan. Daarmee zeg ik niet dat het lezen van preken niet gezegend kan worden, maar wèl dat het niet de primaire bedoeling kan zijn. Zeker in de huidige tijd waarin de jeugd steeds minder leest en hun concentratievermogen dus steeds kleiner wordt, kun je hen een leesdienst niet aandoen. Wat ik ook bijzonder vind, is dat ouderlingen soms wel mogen preken bij een begrafenis, maar de zondag erop weer een preek moeten voorlezen.

Je vraagt om een oplossing: als het curatorium niet gemakkelijker de door de kandidaat beleden en door kerkenraad overgenomen roeping gaat aanvaarden, zou ik het de kerken aanraden om in plaats van preeklezen te gaan werken met digitaal meekijken bij de kerk van de consulent. Door corona hebben we gezien hoe de techniek hierin ook dienend kan zijn aan de verkondiging van Gods woord. Een ander alternatief zou zijn dat de kerkenraden in hun gemeenten op zoek gaan naar gelovige gemeenteleden die in erediensten kunnen voorgaan. Die zou je bij toerbeurt kunnen laten voorgaan, waarbij de kerkenraad – net als nu bij de dominees – de geestelijke verantwoordelijkheid draagt van de inhoud van de eredienst. De kerkenraad dient – net als nu – te beluisteren of de spreker Gods woord recht snijdt en zo ja krijgt de spreker een handdruk en wordt hij vaker gevraagd en zo niet, dan geen handdruk. Gelukkig wordt bij catechisatie ook niet gewerkt met het voorlezen van catechisatiestof, maar wordt gezocht naar de meest bekwame gelovige gemeenteleden.

Je vraagt hoe problematisch het is. Welnu, een goede bekende van mij was een zeer actief ouderling in een klein kerkgenootschap, maar ging bij zijn verhuizing meteen naar een andere kerk. Toen ik hem vroeg waarom hij dat deed, gaf hij aan dat hij het voor zijn opgroeiende kinderen onverantwoord vond om altijd onder preeklezen te moeten zitten. Het is de goede man kwalijk genomen, maar ik prijs zijn beslissing.” Volgens Verkade is het geen toeval dat Ton van der Schans, ouderling in de GerGem te Bodegraven, het aannemen van een kandidaat door het curatorium vergeleek met het maken van een doelpunt van Ajax. “Een tekort leidt ertoe dat mensen ergens naar gaan snakken…”

 

Zie je ook voordelen aan het curatorium?

 

Zeker, ik zie gelukkig ook twee voordelen. Voor de gezinnen van de kandidaten is er financieel economisch minder spanning na de door God gegeven roeping. Door de werking van het curatorium is er een dusdanig tekort dat er altijd een beroep komt en daarnaast geeft het nu een status als iemand roeping door het curatorium erkend is.

Voorts zorgt het curatorium ervoor dat het proces van het als kerk krijgen van nieuwe predikanten veel meer leeft in de gemeenten. Rond vergaderingen wordt er structureel gebeden voor meer predikanten. In de hervormde kerk leeft dat minder. Professor Graafland (zaliger nagedachtenis) bad structureel voor de predikanten in wording, maar dat was/is m.i. meer uitzondering dan regel.

 

Stel: je mag in gesprek met curatorium-voorzitter ds. J. J. van Eckeveld. Wat zou je van hem willen weten en wat zou je aan hem mee willen geven?

 

“Ik zou na het betuigen van mijn respect voor hem en de Gereformeerde Gemeenten vragen of hij mijn twijfels en bezwaren herkent. Ik zou hem adviseren in zijn kerk meer te benadrukken dat de predikant minder op een voetstuk moet staan, het ambt aller gelovigen in ‘zijn’ kerk meer gestalte zou  kunnen krijgen en dat originaliteit en diversiteit gaven zijn van de Heilige Geest die je als kerk, curatorium en Theologische School niet mag onderdrukken, maar juist dient te stimuleren.”

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *