Geweten boven wetgeving…

De problemen rondom studentenhuisvesting zijn in Nederland erg groot. Naar de oorzaak daarvan hoeft een gezond denkend mens niet lang te zoeken. De overheid bemoeit zich zo zeer met dit thema – zelfs via allerlei dwingendrechtelijke ingrepen – dat deze markt volledig verziekt is en dat leidt tot allemaal nare bijverschijnselen.

Omdat het grote tekort aan studentenkamers uit de hand dreigde te lopen heeft toenmalige minister P.H. Donner een Taskforce Landelijke Studentenhuisvesting in het leven geroepen. Namens Vastgoed Belang mag ik de belangen van de particuliere studentenhuisvesters behartigen, waarover later meer. In de vorige kabinetsperiode hadden we met deze taskforce een ontmoeting met onze toen­ma­lige minister Stef Blok. Bij de kennismakingsronde wilde hij meteen van alle deelnemers weten welke problemen we zagen met betrekking tot de studentenhuisvesting. Toen we de kring rondgingen, kreeg ik ineens een ingeving: “Helpt u mij eens, excellentie, wat moet ik doen met het volgende probleem: mijn volgens uw wetgeving meest illegale studentenkamers zijn bij de studenten het meest populair. Wat moet ik doen? Uw wetgeving volgen of de wensen van de studenten?” Er ontstond een lichte beroering in de zaal. De minister wilde weten waarom deze kamers zowel illegaal als populair waren, waarop ik hem uitgelegd heb wat de afmetingen van de kamers zijn en dat de huur € 65,- per maand bedroeg en dat een enkele student er een jaar of vijf gewoond heeft. Zodra er een kamer in een studentenhuis vrij komt, mogen de andere studenten in beginsel als eerste doorschuiven, maar de studenten die in de kleine goedkope kamers wonen maken daar bijna nooit gebruik van.

Uiteraard heb ik de minister aangeboden hem door het pand rond te leiden, waarbij ik een persoonlijk onderhoud tussen de desbetreffende studenten en hem toegezegd heb, zodat hij kon controleren of deze studenten ook in mijn afwezigheid dolblij met de kamers waren, maar op deze uitnodiging is hij nooit ingegaan.

Ik geef toe dat je altijd moet oppassen niet té uitdagend te zijn, maar het leidde er in ieder geval toe dat de minister beseft dat het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte aan herzie­ning toe was en hij verklaarde een te maken nieuw systeem door het parlement te leiden als de partijen in het veld het daarover eens zouden kunnen worden. Vanaf dat moment houd ik me bezig met een poging de bestuurders van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVB) te overtuigen dat de huidige wet- en regelgeving toe is aan revisie, hetwelk uiteindelijk ook in het belang van de studenten is omdat er dan veel meer reguliere kamers bij komen en er veel minder misbruik van het tekort gemaakt kan worden.

Praten met LSVB-bestuurders is echter erg lastig, zo hebben de afgelopen zeven jaren mij geleerd. We hebben onderling een erg gezellige band, maar uiteindelijk zit er geen beweging in hun standpunt. Het komt voor dat een bestuurder na een jaar het licht ziet (toenmalig voorzitter Tom Hoven gaf ooit aan dat hij het goed zou vinden als een kamer € 100,- per maand meer zou kunnen opbrengen, maar meer dan € 100,- meer vond hij misbruik van het tekort…), maar dan wordt deze  weer vervangen door een nieuwe bestuurder.

Het laatstelijk aangetreden LSVB-bestuur vroeg meteen een onderhoud met me aan, waarbij ik de nieuwe voorzitter vroeg of hij vond dat de LSVB alleen de belangen van de huidige of ook die van toekomstige studenten, van bijvoorbeeld over 10 jaar, dienen te behartigen. Gelukkig zei Tariq Sewbaransingh dat ook de belangen van toekomstige studenten behartigd moesten worden. Hij begreep ook dat het voor ons lastig praten is, omdat je elk jaar een nieuwe gesprekspartner hebt. Mijn idee om een commissie van oud-voorzitters te benoemen om de huisvestingsproblemen daarmee in overleg te verminderen, vond hij een heel goede. Ook gaf hij aan de we een toekomstig punt in de tijd moeten nemen en bedenken hoe studentenhuisvesting er dan uit moet zien en daar naar toe gaan werken. Met veel verwachting verliet ik het gesprek. Op de dag af vond deze ontmoeting acht maanden geleden plaats, zonder dat er iets aan deze toezeggingen gedaan is. Ondertussen komen er de meest onverantwoorde persberichten uit de koker van hen die de sleutel in handen hebben om de studentenhuisvesting gezond te maken…

Intussen zit er een nieuwe minister en zie ik uit naar de eerste ontmoeting met haar. Voor alle duidelijkheid: mijn geweten is zo streng dat ik vooralsnog liever mijn geweten en de wensen van de studenten volg dan de Nederlandse wetgeving. Zo heb ik het destijds minister Blok en de andere gesprekspartners uitgelegd en hoe ik ook zoek, ik kan nog steeds geen vrijmoedigheid vinden om de meest illegale maar tevens meest populaire studentenkamers niet meer te verhuren. De studentenpopulatie mag niet te veel de dupe worden van onverantwoordelijk gedrag van politici en LSVB-bestuurders…

 

Cor Verkade

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *