Geschapen om gezond te genieten!

Mooi dat het Reformatorisch Dagblad met het artikel ‘De god van de buik en die van de gezondheid’ d.d. 12-12-2017 aandacht geeft aan het verschijnsel voeding. Op dit gebied lijkt er sprake te zijn van een dubbele hiaat in de orthodox gereformeerde visie.  Groepscode Het blijft mij verbazen dat bij de groepscode in de gereformeerde gezindte er wèl veel aandacht wordt besteed aan kledingcodes, maar nooit aan voeding en genotsmiddelen. Ik geef niet graag de kost aan ambtsdragers die heldere visies hebben welke kleding(kleur) al dan niet gepast is in (bepaalde) erediensten of bij doordeweekse uitstapjes, maar ondertussen geen enkele moeite hebben met roken, terwijl de Bijbel over het laatste vele malen duidelijker is dan over het eerste.  Tempel van de Heilige Geest Centraal in het nadenken over voeding en genotsmiddelen dienen de Bijbelteksten “Het lichaam is een tempel van de Heilige Geest” en “En God schiep de mens naar Zijn beeld”. Beide teksten zouden tot een grote waardering van het lichaam dienen te leiden. De daarbij horende gedachten staan haaks op Plato’s visie dat het lichaam de kerker van de ziel is, welke gedachte al dan niet uitgesproken ook in onze gezindte te vinden is. Zonder neurotisch te worden dienen we bij alles wat we eten en wat we drinken (beide moeten immers tot eer van God geschieden en mitsdien in dankbaarheid en met het doel waarvoor het geschapen is) te moeten bedenken of het al dan niet gezond voor ons is.

Een tweede aspect dat in de gereformeerde gezindte veel te weinig leeft, is de Bijbelse gedachte dat we dienen te genieten van het goede dat de Heere God ons geeft.

 

Salomo’s wijsheid

 

In genoemd artikel wordt wel gerefereerd naar de wijze mening van de wijze koning Salomo die het genieten van de aardse geneugten proclameert, maar krijgt Augustinus eigenlijk veel meer kans zijn mening te geven, terwijl Augustinus op het gebied van voeding er toch echt naast zat. Het is niet voor niets dat de door de Heere Jezus gecreëerde wijn op de bruiloft te Kana als lekkerste wijn wordt gekwalificeerd. De in het artikel genoemde gedachte dat eten en drinken in het Koninkrijk der hemelen niet meer zal plaatsvinden, wordt door Jezus weer­sproken: “Want Ik zeg u dat ik niet drinken zal van de vrucht van de wijnstok, totdat het Koninkrijk van God gekomen is.” (Lucas 22 : 18 HSV). Jezus Zelf genoot ook van eten en drinken. Niet voor niets wijst Hij erop dat Hij ‘(veel)vraat en wijnzuiper’ als bijnamen had ge­kregen.

 

Calvijns visie

 

Laten we als Calvinisten maar Calvijns visie hoger plaatsen dan die van Augustinus. Calvijn leert: “De dingen zijn ons niet alleen geschapen voor het nut, maar ook voor het genoegen: de wijn verheugt het hart, lachen en muziek zijn nergens verboden.” Elders schrijft Calvijn: “Men doe afstand van die armhartige en kleingeestige eigenwijsheid, die slechts het noodzakelijk gebruiken der aardse dingen wil veroorloven en ons het genot ontzegt ons te verheugen in Gods weldaden. Deze toch kan de mens slechts tot een gevoelloze klomp vernederen.”

 

As door het eten

 

In de lijn van Augustinus schijnt Franciscus van Assisi als hij ontdekte dat hij zat te genieten van zijn prakje eten naar de asla liep om wat as door zijn eten te werpen. Hierbij meende hij Gode een welgevallige dienst te doen, niet beseffend dat hij hiermede juist het goede van de aarde (“het vette dezer aarde”) minachte. We eten niet slechts om ons lichaam te onderhouden, maar omdat het onze goede God goed gedacht heeft dat we genieten van alles dat Hij ons in Zijn goedheid en goedertierenheid geeft. Niet voor niets heeft Hij smaakpapillen gegeven alsmede veel lekkernijen.

Laten we als reformatorische christenen niet Augustinus’ visie achterna gaan, maar van de Augustijner monnik Maarten Luther die ons geleerd heeft dat de bevrijding uit Rooms Katholieke kluisters ook alles te maken heeft met het vieren van het goede dat de Heere God in eten en drinken aan de mensheid gegeven heeft. Hij leert dat het lichaam als scheppingswonder van God serieus genomen moet worden. Hij vond dat genieten van eten en drinken evenzeer tot de christelijke moraal behoren als goed gedrag.   Laten we dankbaar, beseffend dat we niets verdienen, gezond genieten van het goede dat de Heere God in Zijn onderhouding van de aarde aan lekkers toebedacht heeft aan de mensheid. Soli Deo Gloria.

 

Cor Verkade, vastgoedbelegger

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *