De bezorgde burger

Of het een stuiptrekking is behorend bij de groeipijn naar een ideale samenleving (passend bij Marx’ voorzegging van een ‘Verelendung’) of dat het hoort bij het sterven van onze westerse cultuur (alle achter ons liggende beschavingen zijn na een bloeitijd geëindigd) weet ik niet, maar duidelijk moge zijn dat de euforie bij aanvang van de nieuwe eeuw, ja zelfs het nieuwe millennium, snel plaats gemaakt heeft voor een overdosis aan zorgen bij de burgerij. Dat is natuurlijk ook volkomen logisch als je bedenkt dat veel tot dan toe vertrouwen inboezemende instituten van hun standbeeld gevallen zijn en veranderd te zijn in onbetrouwbare voor eigen lijfsbehoud vechtende instellingen met de (al dan niet bewuste) bijbehorende zorgen en spanningen voor de burgers.

De techniek lijkt allesoverheersend te worden. Ieder wordt geacht digitaal te zijn en voor mensen zonder digidee, pinpas, emailadres lijkt het leven onmogelijk (gemaakt) te worden. Mensen worden nummers, dieren worden gekloond en voor diegene die het leven als zinloos ervaart is er altijd nog de pil van Drion. Spannend hoe lang de mens nog grip op de techniek heeft of wanneer de zogenaamd neutrale techniek het overneemt. Scenario’s van 1984 en Brave new world gaan zich voor onze ogen ontrollen.

Europa heeft in blind optimisme (een restant van de Franse Revolutie waarmee alle ellende begonnen is)

Banken blijken hun belangen boven die van de klanten te hebben gezet en dat zelfs te koste van klanten. De zorg is vercommercialiseerd. De ziekenhuizen moeten onderling concurreren. Ambtenaren zijn onbereikbaar en als je ze spreekt hebben ze of geen verantwoordelijkheden of moeten ze op andermans beslissing wachten. Politici blijken meer met hun toekomst bezig te zijn dan met het landsbelang. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen niet meer garanderen. Een premier zegt als hij besloten heeft nog een periode te willen blijven luchtig ‘sorry’ over zijn gedane verkiezingsbeloften in de vorige campagnetijd. Kerken hebben amper een antwoord op secularisatie, terwijl bij een fusie nieuw elan beloofd wordt, is de fut eruit en dient er alleen maar gereorganiseerd te worden. Kranten moeten grote advertenties toelaten om te overleven. Bij omroepen gaat het niet om inhoud of verheffing van de burgers maar zo plat als het maar zijn kan om de kijkcijfers, waarbij de omroepen niet schijnen te beseffen dat als ze geen helder profiel meer hebben ze geen bestaansrecht meer hebben.

De Europese kar is vanwege de crises in het zand terecht gekomen. Politici hebben zich door Griekenland en andere zand in de ogen laten strooien over de ruggen van de hardwerkende Europese burgers. Politici roepen ‘Wir schaffen das’, zonder te beseffen dat ze daarmee het paard van Troje binnenhalen en het midden van het einde vergemakkelijken.

De burgers zijn zo bezorgd en soms zelfs radeloos geworden dat vreemde figuren het in de politiek helaas ontstellend goed doen.

Scholen worden financieel afgerekend op het aantal studenten dat zich inschrijft (dus sexy-uitstraling en duizenden zinloze opleidingen, vaak met de naam ‘management’ erin) en op het aantal dat een diploma krijgt, hetwelk uiteraard tot diplomadruk in het onderwijs leidt.

Marketing en communicatie zijn de belangrijkste afdelingen geworden bij overheden, scholen en bedrijven.

Kortom: op alle fronten zijn er terechte zorgen bij de burgers.

Oplossingen

Er dient een nieuw bewustzijn gecreëerd te worden, waarbij een ieder geleerd wordt niet vanuit eigen belang maar vanuit collectief belang te denken.

De overheid dient zich te bezinnen op haar taken en alleen dat te doen waarvoor zij op aarde geroepen is en de rest door anderen te laten doen.

De vercommercialisering van staatstaken, van scholen en omroepen dient teruggedraaid te worden. Volksverheffing dient belangrijker te worden gevonden dan kijkcijfers en reclamegeld.

Verantwoordelijkheid dient weer het kernwoord in de samenleving te gaan worden, in plaats van winstmaximalisatie, bonussen en targets.

Bovenal zou het goed zijn als er een collectieve terugkeer richting het christelijk geloof zou komen. Het christelijk geloof immers staat haaks op zorgen. We zingen na Pasen: “Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft” en “Nu jaagt de dood geen angst meer aan”. We zingen het hele jaar door “Groter dan de Helper, is de nood toch niet!”, “Nooit kan ’t geloof te veel verwachten”. Ooit zat ik op een collega dat naar Van Lodenstein genoemd was. Hij leerde ons “ Het oog omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet. Het ware leven, lieven, loven is daar waar men Christus ziet…”
Cor Verkade, vastgoedbelegger

ND publicatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *